H.Bootsman

U bent bezoeker:

 


Ga naar de inhoudsopgave

Stamopbouw


Van stamopbouw kan ik nog niet of nauwelijks spreken op mijn hok.
Ik kocht in 2007 een aantal verassend goeie duiven van in hoofdzaak Koopman en Schaerlaeckens lijnen aangevuld met wat ander snel spul van o.a. Gerritsen-Looijengoed via Evert Pluim te Muntendam.
Door toeval kwam ik in het najaar van 2008 in contact met Peer Smulders te Valkenswaard. Zijn vader Henk Smulders was overleden en ik mocht zijn duiven overnemen. De gehele topcollectie vlieg en kweekduiven van Henk Smulders verhuisde dus naar mijn hok in Marrum. Het waren stuk voor stuk “toppers van het beste soort”. Teveel om op te noemen waren de door Henk behaalde kampioenschappen op Vitesse, Midfond en een beetje Dagfond. Vast stond toen dat ik eigenaar was geworden van een groot aantal (kweek)duiven die allemaal hun resultaten hadden behaald, waaronder bewezen topkwekers. Omdat ik door de komst van Henk’s duivencollectie nu in totaal ongeveer 110 duiven op mijn hok van 10 meter met 5 afdelingen had zitten, moest een zware selectie plaatsvinden. Ik trof in Stiens tijdens een OPENBARE KEURING OP SPORTWAARDE Gert jan Beute uit Wilhelminaoord. Zijn kijk op duiven/sport pakte mij, eerder had ik al uitgebreide informatie over hem gelezen en bekeken. Wat die man heeft en kan overtrof mijn stoutste dromen. Ik heb hem gevraagd om eens mijn totale duivenbestand te komen beoordelen/selecteren en samenstellen van kweekkoppels uit het allerbeste wat er zat. Uit verhalen weet ik dat er veel Kliko’s bij zouden zitten, volgens Gertjan Beute, ik aanvaarde het risico. Dat Kliko-verhaal viel erg mee bij mij, een enkeling verdween en wat niet voor 100% aan de Beute norm voldeed werd verkocht. Zo had ik mezelf ook voorgenomen!.





Gert Jan Beute bekijkt iedere duif, eerst beoordeelt hij de onderbouw van een duif, dus de spieren en de geslotenheid van de stuitjes, daarna komen de vleugels, de verspringing tussen voor- en achtervleugel alsmede de zachtheid van de pluim, als de duif dan geen uiterlijke foutjes heeft kijkt hij ze in de ogen en probeert daar de vlieg- en/of kweekwaarde in te vinden. Aandachtspunten zijn dan : kleine pupil, gehele verkenningscirkel, dikte van de iris (moet klodderig zijn) en de Vermeyen-cirkel moet diepzwart zijn. Tijdens het koppelen compenseert hij dan ieder duif met een passende partner. Wat ik overhield waren 22 koppels kwekers/vastzitters en 8 koppels vliegduiven/jaarlingen van 2008 die ik zelf had gekweekt. Stuk voor stuk dus zwaar geselecteerde toekomstige kweek- en vliegtoppers.

Het jaar 2009 en daarna zal duidelijk maken of er positief raak geschoten is.


Terug naar de inhoudsopgave | Terug naar het hoofdmenu